Industrialisatie
In een bezoek aan de Kinderdijk zag ik het rustige water op een mooie zonnige. Bijna gelijkvloers met het gras. Uit een molen die open was voor bezichtigen zag ik tussen alle toeristen en de ijsjes die men kon kopen een Hollandse boer met zoon uit de molen komen. Ik weet niet of ze er speciaal voor geselecteerd waren; maar allebei hoogblond. Ze leken de toeristen nauwelijks op te merken. Dit schiep voor mij een beeld van een vervlogen tijd; en misschien ver-romantiseer ik hier. Het zette me in ieder geval aan het denken over de afstand die we hadden gelegd tussen wanneer die tijd nog de tijd was en het nu.
De tijd van het nu; advertentie, media, digitalisme, escapisme. Ik interpreteer het als het leven in een tijd van verhoogd zelfbewustzijn. Dat is ook wat alles zo benauwd maakt. We zitten in ons hoofd, maar lijken dat ook te beseffen. En..zou je deze gedachte volgen, waar kom je dan terecht?
Waar kom je terecht als je uit je hoofd ontwaakt? Absurditeit. Het is absurd. Onbegrijpelijk. En toch zeer zeer werkelijk.
Het is een werkelijkheid die over het algemeen niet wordt mee genomen in onze beslissingen en zeker niet als werkelijk voelt. De baarmoeder van onze gedachten zijn ons veel vertrouwder. We schuilen voor het kapitalistisch geweld in een digitale bubbel.
Ik laat Nescio even aan het woord:
Ik zit op den berg en kijk in het dal der plichten.
Dat is dor, er is geen water, het dal is zonder bloemen en bomen.
Er loopen veel menschen door elkaar. De meesten zijn wanstaltig en verwelkt en kijken voortduren naar den grond.
Enkelen kijken nu en dan op en dan schreeuwen zij. Na eenigen tijd sterven zij allen, toch zie ik niet dat hun aantal mindert, het dal ziet er steeds eender uit. Verdienen zij beter?
Ik rek mij uit en kijk op langs mijn armen naar de blauwe lucht.
Ik sta in het dal op een pleintje van zwarte sintels, bij een kleine stapel afbraakplanken en een onderbuikbare waschketel. En ik kijk en zie me zelf zitten, daar boven, en ik jank als een hond in de nacht.
HOME